Ik wilde mijn verhaal hier delen in de hoop dat anderen zich hierin herkennen of misschien tips hebben over hoe ze hiermee zijn omgegaan.
Ik ben op mijn 25e, vrij laat, gediagnosticeerd met autisme niveau 2, nadat ik sinds mijn twaalfde in de GGZ rondliep en van de ene behandeling naar de andere ging. Hiervoor had ik de diagnose borderline gekregen en had de GGZ mij hoop gegeven dat het beter zou worden. De autismediagnose was een grote schok. Kort daarna viel ik tijdens mijn master aan de universiteit uit met een heftige autistische burn-out. Inmiddels zit ik al anderhalf jaar thuis.
Ik heb twee bachelors gedaan, met een tussenjaar, en dacht altijd dat het allemaal zo moeizaam ging omdat ik een depressie, een angststoornis en borderline had. Daarnaast had ik veel last van hartkloppingen en chronische migraine. Ik ben altijd doorgegaan, ondanks dat het erg slecht met me ging, omdat ik dacht dat therapie mij beter zou maken.
Ik heb psychologie gestudeerd en wilde heel graag klinisch psycholoog worden. Ik heb tijdens mijn bachelor hard gewerkt om toegelaten te worden tot de klinische master, en dat is uiteindelijk gelukt. Tegen die tijd was ik er echter al zo slecht aan toe door jarenlang verkeerde therapieën en overvraging dat ik uitviel en het niet meer lukte om te re-integreren. Omdat het me bovendien nooit was gelukt om te werken, heb ik vanwege alle ellende ook een Wajong-uitkering aangevraagd.
Ik zit nu dus al anderhalf jaar thuis en ervaar een intens gevoel van rouw dat me meerdere keren per dag overvalt. Mijn studievrienden zijn allemaal bezig met hun master psychologie of bouwen een carrière op in een ander vakgebied, terwijl ik thuiszit. Ik ben enorm jaloers. Ik zou er ontzettend veel voor overhebben om een niet-autistisch brein te hebben en ook carrière te kunnen maken in de psychologie. Dit was mijn droom en psychologie is mijn special interest.
Ik wilde graag de master afronden, stages lopen en daarna de opleiding tot gz-psycholoog volgen. Omdat ik nooit wist dat ik autisme had en niet begreep dat langdurige overbelasting me telkens opnieuw in een burn-out kon doen belanden, heb ik me nooit gerealiseerd dat dit misschien niet haalbaar was. Tijdens de klinische gespreksvoering op de universiteit werd ik er bijvoorbeeld op aangesproken dat ik maar sporadisch oogcontact maakte en dat dit niet goed was.
Toch mis ik het hebben van een doel, ergens naartoe werken, ergens bij horen en het idee dat ik ooit mijn eigen geld zou kunnen verdienen. Het is moeilijk om mijn vrienden hiermee bezig te zien, terwijl ik thuiszit en nu slechts 2,5 uur per week naar de dagbesteding ga, omdat ik meer dan dat niet aankan. Ik ben dankbaar dat ik een plek bij de dagbesteding heb, maar ik vind het deprimerend om te denken dat ik daar over twintig jaar misschien nog steeds zit en dat er mogelijk niet veel verandert.
Voordat mensen zeggen dat er nog veel kan veranderen: ik begrijp dat sommige dingen beter kunnen worden, maar ik blijf autistisch. De enige reden dat ik mijn studie kon doen, was dat ik thuis woonde en mijn ouders alles voor me overnamen. Studeren was letterlijk het enige wat ik hoefde te doen.
Lang verhaal kort: ik wist niet dat ik autisme had en de diagnose voelde als een klap in mijn gezicht. Ik had een heel ander leven voor me gezien, waarin ik een carrière zou hebben die me energie gaf en waarin ik intellectueel werd uitgedaagd. Ik voel me somber over het feit dat ik nu ben aangewezen op dagbesteding voor andere autistische mensen.
Ik heb geprobeerd naar autisme cafés te gaan maar voelde me daar niet geïnspireerd want die mensen hadden ook hun plek in de maatschappij niet echt gevonden. Ik merk dat ik liever omga met mijn neurotypische vrienden die in mijn ogen dingen doen die ik interessant vind.
Doordat mijn diagnose zo laat kwam en ik altijd veel heb gemaskeerd, had ik een verkeerd beeld van mezelf en van wat ik aankon. Ik rouw om het leven dat ik voor mezelf had voorgesteld en voel veel jaloezie tegenover neurotypische mensen die wel de mogelijkheden hebben om een carrière op te bouwen. Ik vind het moeilijk om te accepteren dat mijn leven er waarschijnlijk heel anders uit zal zien dan ik altijd had gehoopt.
Het gaat nu ik minder overbelast ben wel beter met mij en ik ben minder labiel. Maar ik merk dat ik nu somber ben vanwege het feit dat dit het leven met autisme is en niet meer vanwege overbelasting.
Ik weet dat er altijd ‘iets’ is dat je kan doen. Ik maak wat kunst op de dagbesteding, ik doe wat wandelen en zou een boek kunnen schrijven. Maar ik wilde heel graag gewoon een kans op een normaal leven en ergens voor gaan. Ik heb wel de intelligentie voor een carrière maar kan het niet aan vanwege de prikkels. Als ik praat over overprikkeling bedoel ik trouwens niet alleen vermoeidheid of migraine maar ook psychotische decompensatie. In andere woorden, ik moet wel echt rustig aan doen anders gebeuren er ernstige dingen.
Toch erg verdrietig over alles en het leven dat niet van de grond gaat komen. Als ik van kinds af aan had geweten dat ik beperkt was geweest had ik daar denk ik makkelijker vrede mee kunnen maken. Nu voelt het alsof mij iets is ontnomen.